Bijna 1000 mensen per jaar verlaten hun huis om nooit meer terug te keren.
Mijn vader was één van hen. Hij zal altijd 41 jaar blijven.
Zouden al deze mensen op één dag overlijden, dan zouden we jarenlang herdenkingen houden. Waar ligt de grens? Zijn 93 doden, onvoldoende voor een monument en het houden van herdenkingen?
Begin 2008 was in mijn boek aan het schrijven en zocht via Internet naar informatie. Daardoor kwam ik via websites in contact met Edward Bary, Nico Spilt (Langs de Rails) en Cor de Rijke (Feyenoordse meesters). Gezamenlijk besloten deze heren op hun sites aandacht te besteden aan mijn boek en de latere ontwikkelingen over een op te richten monument. Door de acties was er al een boek verkocht, nog voordat het was gedrukt. Het boek kreeg in eerste instantie veel aandacht van de schrijvende pers en later rond 8 januari 2009 van de media. KRO, SBS6 en RTV Utrecht wilden me filmen en met me praten. Een kop in de krant ‘EEN MONUMENT VOOR EEN MACHINIST’ heeft velen aan het denken gezet over een monument voor de 93 slachtoffers. Mijn boek is mijn monument voor mijn vader en met hem voor alle slachtoffers. Er kwam ook belangstelling uit onverwachte hoek. Ik kwam met veel mensen in contact, ook met mensen die bij de hulpverlening hadden meegewerkt. Via de Stichts-Hollandse Historische Vereniging (SHHV) kwam de hernieuwde aandacht voor de treinramp terecht bij het Dorpsplatform Harmelen waarvan Ed Janson de voorzitter is. Deze op zijn beurt had weer contacten met de Gemeente Woerden en nam contact op met burgemeester Mr. H.W. (Hans) Schmidt. De burgemeester, warm pleitbezorger en drijvende kracht en motor achter een op te richten monument vroeg het Dorpsplatform het idee verder uit te werken. De tijd was er nu blijkbaar wel rijp voor, want een eerder plan, 10 jaar geleden mislukte. Harmelen was toen nog een zelfstandige gemeente en Woerden voelde toen niets voor een monument. Eind september 2009 werd een werkgroep geformeerd, bestaande uit de voorzitter van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging afd. Harmelen, iemand van de gemeente, iemand van NS en ProRail en de voorzitter van het Dorpsplatform zelf, Ed Janson. Uiteindelijk lag hiermee toch de weg open om te komen tot een fysiek monument, op gepaste afstand van de plaats des onheils. Samen met de gemeente zocht men naar een geschikt stukje gemeentegrond wat werd gevonden nabij het spoorviaduct de Putkop, op een paar honderd meter van de rampplek. Er was een Woerdense kunstenaar beschikbaar, Taeke de Jong, en er werd gezamenlijk besloten de namen van de slachtoffers op het monument op te nemen met de gedachte de slachtoffers uit de anonimiteit te willen halen. De NS stond aanvankelijk afwijzend tegen een monument langs de spoorbaan en wees op het al bestaande monument bij haar hoofdgebouw in Utrecht, dat speciaal als herdenkingsplaats voor alle nabestaanden van spoorwegongevallen is gecreëerd. Maar de ontwikkelingen gingen snel. Alle partijen werden het erover eens, dat een monument recht zal doen aan de slachtoffers en nabestaanden. De kunstenaar toog aan het werk en Ed Janson schreef een boek met de titel “De treinramp bij Harmelen 1962”. Er werden sponsoren gevonden (NS, Provinciale Waterstaat van Utrecht, Rabobank Rijn en Veenstromen, het VSB-Fonds Woerden, ProRail en plaatselijke aannemers) en ….ook wel héél belangrijk: de media kregen aandacht en berichtten er regelmatig over. Er werd een datum gekozen voor de onthulling van het monument: zondag 8 januari 2012, exact 50 jaar na dato.
Wat ging hieraan vooraf?
Op 1 augustus 2008 heb ik in eigen beheer mijn boek uitgegeven met de titel:
Ter nagedachtenis Treinramp Harmelen 8 januari 1962
Om aandacht te krijgen voor het boek heb ik diverse kranten benaderd.
Daar kwamen veel positieve reacties op en artikelen in diverse kranten en tijdschriften zoals:
Noordhollands Dagblad - Purmerends Nieuwsblad - Zondag Ochtendblad - Algemeen Dagblad Groene Hart - Proloog (ProRail) - Op de Rails - Recht Spoor (FNV Bondgenoten)
Eén-Eén-Twee (Tijdschrift over brandweer en hulpverlening) Vakblad V&VN Ambulance zorg
Koppen in de kranten in 2008 zoals ‘Monument voor een machinist’ deden vermoeden dat ik erop uit was om een monument te willen oprichten voor Harmelen. Terwijl ik duidelijk heb gemaakt dat het boek ‘mijn monument’ is. De NS heeft de krantenartikelen ook gelezen en belde mij 11 augustus 2008 op met de vraag of ik wel wist dat er een monument in Utrecht staat.
Natuurlijk wist ik dat, alhoewel ik (en mijn zussen) dat moesten zien toen de onthulling werd getoond op het NOS journaal. NS nodigde mij uit voor een gesprek op 15 september 2008 om mijn persoonlijke verhaal te horen over het trein-ongeval. Uiteindelijk kreeg ik de indruk dat het meer ging om mij ervan te overtuigen dat een monument voor Harmelen er nooit zal komen, immers daarvoor staat er een ‘Landelijk Monument Spoorwegongevallen’ in Park Nieuweroord te Utrecht, vlakbij de NS hoofdgebouwen, de Inktpot en het Centraal Station. De ontvangst was bedroevend. Mijn vrouw Els en ik werden ontvangen in een, zoals de woordvoerder van Corporate Communication het noemde, IKEA kamer. Laat IKEA het niet horen, de bank viel uit elkaar en de verlichting werkte niet. Het was een open ruimte, iedereen liep er langs. Vlakbij het ‘zitje’ werd verbouwd waardoor we elkaar af en toe niet konden verstaan. We kregen koffie uit een plastic bekertje. De discussie verliep stroef en de woordvoerder werd kriegel. Zijn assistente met wie ik in eerste instantie contact had kreeg bijna geen gelegenheid om iets te zeggen. NS wilde eigenlijk niets organiseren. Misschien een herdenking in 2012, 50 jaar na dato. Hij vroeg of ik daarvoor het initiatief wilde nemen. Ik heb dat afgewezen. De woordvoerder had mijn boek niet gelezen, want toen de naam van de heer Lohman viel, vroeg hij wie dat was. De assistente moest hem vertellen wie de heer Lohman was. Voor mij was de maat vol en wij zijn weg gegaan. Ik verbeeld mij niets, maar ik heb tijdens mijn werkzame leven veel contact gehad met diverse captains of industry en ben door hen altijd op een fatsoenlijke manier ontvangen en te woord gestaan. Woordvoerders van NS zijn slecht in het communiceren. Zie ook de reacties in de kranten.
Zoals hierboven geschreven heeft de Gemeente Woerden bij monde van haar Burgemeester Hans Schmidt, samen met het dorpsplatform de aanzet gegeven om te komen tot de oprichting van een monument voor de slachtoffers van de treinramp in Harmelen.
10 februari 2009 (AD)
In Harmelen komt alsnog een gedenkplek voor de grootste treinramp uit de Nederlandse geschiedenis. Burgemeester Schmidt van Woerden heeft hiertoe samen met het dorpsplatform het initiatief genomen.
De NS werkt niet mee aan het monument zegt woordvoerder Spanhof. “We hebben begrip voor de emoties, maar we kunnen niet overal een monument plaatsen. “
‘Schandalig’. Zo typeert burgemeester Hans Schmidt de reactie van NS.
19 februari 2009 (Woerdense Courant)
‘Nu al veel steun voor monument treinramp’
Het idee om in 2012 een monument ter nagedachtenis aan de treinramp bij Harmelen te plaatsen, kan tot ver buiten de regio op steun rekenen. Dat blijkt nu de gemeente vorige week met het idee naar buiten kwam. “We krijgen brieven en mailtjes met heel veel adhesiebetuigingen” zegt Hans Schmidt. De NS hebben zich altijd verzet tegen een apart monument voor Harmelen. De NS hebben één centraal gedenkpunt bij hun hoofdkantoor in Utrecht. “Dat is nog steeds het standpunt” aldus Schmidt. “Maar als nu blijkt dat er wel degelijk behoefte aan zo’n gedenkteken is, wil ik toch met de NS gaan praten. Ze hoeven niet mee te betalen, maar die afwijzende houding doet hun imago geen goed.” Dat laatste blijkt, zo zegt Schmidt, ook uit de adhesiebetuigingen.
27 februari 2009 (Telegraaf)
Begin maart gaat de burgemeester in gesprek met een van de NS-directieleden. Dat is voorlopig de laatste poging om het ijs te breken. Tot een rechtszaak wil de gemeente het niet laten komen. “Wel willen we als raad eventueel een paar vierkante meter grond beschikbaar stellen, en mogelijk ook een duit in het zakje doen.”
28 februari 2009 (AD)
.Dorpsplatform negeert NS en belooft monument.
14 maart 2009 (AD)
NS wil toch meepraten [zie voor de gehele tekst de pagina ‘kranten’ ]
22 maart 2009
De Eneco ronde van het Groene Hart stond op 22 maart 2009 stil bij de treinramp In Harmelen.
Op 7 maart 2009 vonden opnamen plaats op de plek van de ramp, waaraan ik op verzoek van de burgemeester mijn medewerking heb verleend. Deze opnamen werden tijdens de uitzending op 22 maart getoond.
Burgemeester Hans Schmidt: “De treinramp leeft nog heel erg bij de bevolking hier. Ondanks dat het al 47 jaar geleden is, ligt het bij veel mensen nog vers in het geheugen. Ik heb ontzettend veel reacties gekregen uit het hele land en zelfs ook uit het buitenland van mensen die hun steun betuigen voor dit initiatief. Op dit moment ben ik bezig het financieel rond te krijgen. Het is goed dat we er extra aandacht op kunnen vestigen door middel van de uitzending van de Ronde van het Groene Hart.
24 november 2009
De burgemeester van Woerden is in gesprek met de provincie over de plaats van het monument.
Zodra de plaats van het monument bekend is, komt de werkgroep bijeen om te besluiten welke kunstenaar het monument gaat maken.
De positieve geluiden van burgemeester Schmidt worden omgezet in daden. De provincie heeft de plek voor het monument, vlak bij de Putkop en het Wokpaleis, goedgekeurd. Rondom de openbare plek langs het fietspad komt een tegeltableau te liggen dat door de provincie zal worden aangelegd. Het beeld krijgt een forse sokkel met daarop een beeld dat herinnert aan de treinramp en de 93 namen van de slachtoffers. Taeke de Jong gaat het beeld ontwerpen.
Omdat NS weigerde mee te werken moest gezocht worden naar een plek die niet ver van het spoor lag, maar toch niet op grond van de NS.
13 juni 2010
De provincie is akkoord met plaatsing van het monument, vlakbij de Putkop, rechts op het talud, langs het fietspad, aldus voorzitter van Dorpsplatform Harmelen, Ed Janson.
De kunstenaar die het monument gaat maken heet Taeke de Jong. Hoe het monument er uit gaat zien is nog niet bekend. Op de sokkel zullen de namen van de 93 slachtoffers worden vermeld.
Op www.harmelen.nu is een aparte pagina geplaatst, waarop de voortgang van het monument zal worden bijgehouden.
Het Dorpsplatform heeft de beschikking over 75 glasnegatieven en andere afbeeldingen van het ongeluk. Daar zal een fotoboek van worden gemaakt.
Met de opbrengst van het fotoboek zal een deel van het monument gefinancierd worden.
In tegenstelling tot de berichten in het AD van 14 maart 2009, doet NS niet mee!
Zie ook het krantenknipsel uit het AD van 1 juni 2010
29 november 2010 [AD]
Het eerste ontwerp is gemaakt en de kunstenaar is gekozen. Taeke de Jong is begonnen aan het monument ter nagedachtenis aan de treinramp van 1962 bij Harmelen. Het is de bedoeling dat het monument gaat bestaan uit twee stenen platen naast elkaar. Hierop komen de namen van de 93 slachtoffers. Tussen de twee platen door kijken de bezoekers die bij het monument stilstaan naar de plek in de Harmelense polder waar de ramp plaatsvond. Vóór de platen komt op een sokkel een corpus te liggen, dat herinnert aan de slachtoffers. Voor het hele artikel verwijs ik u graag naar het AD voor het Groene Hart van 29 november, geschreven door Marco Gerling. Kijk ook even naar www.Harmelen.nu
11 oktober 2011
Vandaag aanwezig geweest bij de presentatie van het boek ‘DE TREINRAMP BIJ HARMELEN 8 januari 1962, geschreven door Ed Janson.

Het eerste exemplaar werd aan burgemeester Schmidt overhandigd.
In zijn toespraak maakte de burgemeester er melding van dat NS na enige druk toch heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het monument. Naast Provinciale Waterschap van Utrecht, Rabobank Rijn en Veenstromen, het VSB-Fonds, ProRail en plaatselijke aannemers, is ook NS een van de sponsoren.
Het boek is te bestellen via de boekwinkels en heeft ISBN Nr. 9789491229046
Burgemeester Schmidt wist te vermelden dat op 8 januari 2012 ook de heer Pieter van Vollenhoven aanwezig zal zijn bij de onthulling van het monument.
Tot zover een stukje voorgeschiedenis