|
|
Ik ben geboren op 21 april 1943 in Rotterdam.
|
|
|
Mijn ouders zijn Pieter Fictoor en Eufenia Klaarenbeek.
|
|
|
Ik heb twee zussen, geboren in 1946 en 1947.
|
|
|
In 1967 ben ik getrouwd met Els Noordhuizen.
|
|
|
We hebben twee kinderen, zoon Eric en dochter Petra uit resp. 1968 en 1971.
|
|
|
Eric is meervoudig complex gehandicapt en woont in een instituut.
|
|
|
Petra en haar man Bart hebben ons twee prachtige kleinkinderen geschonken, Björn en Silvia, geboren in 2001 en 2003 en daar zijn we zeer blij mee en natuurlijk apetrots.
|
|
|
Ik ben area controller geweest bij Interbeton (heet tegenwoordig BAM International), de internationale tak van bouwbedrijf BAM [voorheen HBG] en 13 jaar voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad [COR] alsmede de Europese Ondernemingsraad [EOR]
|
|
|
Als area controller heb ik een aantal werken bezocht in diverse landen zoals, Nigeria, Tanzania, Kenya, Mozambique, Zuid-Afrika, Egypte, Qatar, Oman, Rusland, Amerika, Engeland en Ierland.
|
|
|
Als voorzitter van de COR en EOR heb ik mij intensief bezig gehouden met , in eerste instantie, de overname perikelen rond de baggermij. HAM en later de overname perikelen waarin HBG terecht kwam, met uiteindelijk de definitieve overname door BAM uit Bunnik.
|
|
|
In 2004 ben ik begonnen met het schrijven van een boek met betrekking tot de treinramp van 8 januari 1962 in Harmelen.
|
|
|
Mijn vader was machinist en zat in de bestuurderscabine van de trein uit Rotterdam en is bij deze ramp omgekomen. Hij was 41 jaar.
|
|
|
Om mijn gedachten te verzetten mag ik naast het schrijven ook graag schilderen. (zie pagina ‘Schilderijen’)
|
|
|
Fotograferen doe ik ook graag, waarbij mijn belangstelling uitgaat naar de natuur. (zie pagina ‘Fotografie’)
|
Auto-ongeval
Wat mijn vader op 8 januari 1962 is overkomen was, 16 jaar later, bijna ook mijn lot geworden.
Op 26 januari 1978, een dag voor mijn trouwdag [27 januari 1967], werd ik ‘s morgens, onderweg naar mijn werk in Gouda, samen met een collega uit Amsterdam op de provinciale weg onder Rijnsaterswoude aangereden door T.M. van der B. uit Alphen aan de Rijn.
De Alphenaar wilde bij het naderen van de brug over de Leidse Vaart [waar de weg van één in twee rijstroken overgaat] een voorganger passeren. Op de helling was het wegdek door opvriezing spekglad. De auto van Van der B. raakte in een slip en gleed tollend de rijbaan van het tegemoet komende verkeer op. Daar kwam de wagen in botsing met onze auto. We doken het talud af en kwamen in een sloot terecht. Ik kwam bij kennis in het gras. Mijn collega lag naast mij, maar was niet aanspeekbaar.
De Alphenaar lag aan de andere kant van de weg in de sloot en is met een andere ambulance afgevoerd.
Mijn collega en ikzelf werden met ernstige verwondingen naar het Academisch Ziekenhuis Leiden [AZL] gebracht. Mijn collega was in shock en werd op de brancard de ambulance ingeschoven. De ambulance had slechts één brancard met als gevolg dat ik zittend in een hoekje van de ambulance naar het AZL werd gebracht..
Daar aangekomen werd ik op een brancard gelegd en verloor ik het bewustzijn.
De klap was zo groot [max snelheid ter plekke is 70 km/u] dat mijn veiligheidsgordel inwendig letsel had veroorzaakt.
De artsen zagen dat direct en zijn onmiddellijk begonnen met de operatie.
Zij constateerden een grote arteriele bloeding in de buik, scheuren in maag en dunne darm, alsmede een verbrijzeld voorhoofd.
Er waren 3 flessen bloed nodig om het verlies aan te vullen.
In mijn voorhoofd werd een gat geboord, waarin een pijpje werd geplaatst om de binnenwaartse verwondingen in de voorhoofdsholte later te kunnen schoonspoelen.
De voorhoofdsholte werd opgevuld met verbandgaas om het ingedeukte deel van binnenuit weer naar buiten te drukken.
Acht uur later werd ik wakker op de intensive care afdeling.
Een breuk in de oogkas werd bij een tweede operatie hersteld.
Toch had ik het zonder veiligheidsriem zeker niet overleefd. Het stuur was naar binnen geslagen [ zie de foto’s] en heeft mijn voorhoofd verbrijzeld. De riem heeft ervoor gezorgd dat de klap op mijn hoofd minder hard was dan zonder riem.
Ik ben 9 maanden uit de roulatie geweest en heb nog gedurende een paar jaar ontzettend veel last gehad van migraine aanvallen.
De onderzoeksrapporten van Harmelen en mijn eigen bijna dood ervaring hebben mij ervan overtuigd dat mijn vader van het hele ongeval niets heeft gemerkt.
Keuringsartsen ingehuurd door verzekeringsmaatschappijen kunnen helaas niet objectief zijn en moeten de schade voor hun opdrachtgever zoveel mogelijk beperken ten koste van jou als slachtoffer!!
Op 16 april 1984, 6 jaar en vele keuringen later, werd de schade min of meer gedwongen door mij geaccepteerd en pas toen door RVS afgewikkeld.
In 1962 was er geen sprake van Slachtofferhulp, maar ook niet in 1978.
Slachtofferhulp Nederland is pas ontstaan in 1984 en vierde in 2009 haar 25-jarig bestaan met een boek en een symposium op 1 maart 2010 in Rotterdam. Het boek ‘Goed recht - 25 jaar slachtofferhulp Nederland’ heeft ISBN 978-90-72970-08-4.
Slachtofferhulp Nederland heeft mij geïnterviewd over de situatie in 1962 en uitgenodigd als toehoorder bij het symposium in Rotterdam met de titel ‘Kramp na de ramp’.
Een kritische beschouwing op de opvang en hulpverlening na rampen en calamiteiten, alsmede een weergave van het symposium is vastgelegd in een boek met de titel ‘Kramp na de ramp’ dat in mei 2010 werd uitgegeven. ISBN 978-90-72970-09-1
Op de pagina’s 44 - 46 en 67 - 68 van dit boek kunt u delen van mijn interview terug vinden.